NEDERLANDS
🇳🇱

    Afrukt

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • afrukken

      Werkwoord/'ɑfrʏkən; 'ɑfrʏkə/

      infinitief

      afrukken

      tegenwoordige tijd

      ruk afafrukrukt afafruktrukken afafrukken

      verleden tijd

      rukte afafrukterukten afafrukten

      tegenwoordig deelwoord

      afrukkendafrukkende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren