NEDERLANDS
🇳🇱

    Afspeelden

    uncommonZipf 1.8

    werkwoord

    • afspelen

      Werkwoord/'ɑfspelən; 'ɑfspelə/

      infinitief

      afspelen

      tegenwoordige tijd

      speel afafspeelspeelt afafspeeltspelen afafspelen

      verleden tijd

      speelde afafspeeldespeelden afafspeelden

      tegenwoordig deelwoord

      afspelendafspelende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren