NEDERLANDS
🇳🇱

    Aftrappen

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • aftrappen

      Werkwoord/'ɑftrɑpən; 'ɑftrɑpə/

      infinitief

      aftrappen

      tegenwoordige tijd

      trap afaftraptrapt afaftrapttrappen afaftrappen

      verleden tijd

      trapte afaftraptetrapten afaftrapten

      tegenwoordig deelwoord

      aftrappendaftrappende
    • de aftrap

      Zelfstandig naamwoord/'ɑftrɑp/

      enkelvoud

      aftrapaftrapje

      meervoud

      aftrappenaftrapjes

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren