NEDERLANDS
🇳🇱

    Afvaart

    B1uncommonZipf 2.6

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de afvaart

      Zelfstandig naamwoord/'ɑfart/

      enkelvoud

      afvaart

      meervoud

      afvaarten
    • afvaren

      Werkwoord/'ɑfarən; 'ɑfarə/

      infinitief

      afvaren

      tegenwoordige tijd

      vaar afafvaarvaart afafvaartvaren afafvaren

      verleden tijd

      voer afafvoervoeren afafvoeren

      tegenwoordig deelwoord

      afvarendafvarende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.