NEDERLANDS
🇳🇱

    Afvangen

    uncommonZipf 1.8

    werkwoord

    • afvangen

      Werkwoord/'ɑfɑŋən; 'ɑfɑŋə/

      infinitief

      afvangen

      tegenwoordige tijd

      vang afafvangvangt afafvangtvangen afafvangen

      verleden tijd

      ving afafvingvingen afafvingen

      tegenwoordig deelwoord

      afvangendafvangende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren