NEDERLANDS
🇳🇱

    Akkoord

    B1top5000Zipf 4.5

    adjectief; tussenwerpsel; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • akkoord

      Bijvoeglijk naamwoord/ɑ'kort/

      stellende trap

      akkoord
    • akkoord

      Tussenwerpsel/ɑ'kort/

      ~

      akkoord
    • het akkoord

      Zelfstandig naamwoord/ɑ'kort/

      enkelvoud

      akkoordakkoordje

      meervoud

      akkoordenakkoordjes

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren