NEDERLANDS
🇳🇱

    Anticipeer

    uncommonZipf 2.3

    werkwoord

    • anticiperen

      Werkwoord/ɑntisi'perən; ɑntisi'perə/

      infinitief

      anticiperen

      tegenwoordige tijd

      anticipeeranticipeertanticiperen

      verleden tijd

      anticipeerdeanticipeerden

      tegenwoordig deelwoord

      anticiperendanticiperende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren