NEDERLANDS
🇳🇱
  • Apotheker(de)
    Zelfstandig naamwoordiemand die in een apotheek medicijnen

Apotheker

  • deapotheker

    Zelfstandig naamwoord

    iemand die in een apotheek medicijnen verstrekt en advies geeft

    1. beroep

      Iemand die in een apotheek werkt, medicijnen bereidt of uitgeeft en patiënten advies geeft over medicijnen.

      De apotheker gaf mij het juiste medicijn en legde uit hoe ik het moest innemen.

    de apothekerapotheker in de apotheekapotheker adviseert patiëntenapotheker controleert receptenapothekersvereniging

Blijf leren