NEDERLANDS
↓↑Enter →
  • 11Appel(het)
    Zelfstandig naamwoordoproep of hoger beroep
  • 22Appel(de)
    Zelfstandig naamwoordvrucht van de appelboom

Bladeren

WoordenboekWoordenschatMijn woordenRecente woorden
NEDERLANDS
↓↑Enter →
🇳🇱
  • 11Appel(het)
    Zelfstandig naamwoordoproep of hoger beroep
  • 22Appel(de)
    Zelfstandig naamwoordvrucht van de appelboom
  1. NEDERLANDS
  2. /Woordenboek
  3. /Appel
WoordenboekAppel

Appel

  • hetappel

    Zelfstandig naamwoord

    oproep of hoger beroep

    1. een dringend verzoek of oproep aan iemand om iets te doenZij doet een appel op onze hulp.
    2. het vragen aan een hogere rechter om een zaak opnieuw te behandelenMijn advocaat gaat morgen in appel.
    3. een verzameling waarbij gecontroleerd wordt wie aanwezig is, vooral bij militairenHet appel begint stipt om zes uur.
  • deappel

    Zelfstandig naamwoord

    vrucht van de appelboom

    1. een ronde vrucht met stevig, sappig vruchtvlees die aan een appelboom groeitWil jij een appel?

Blijf leren

Meer A1-woordenOefenen