Arbeid
B1commonZipf 3.4
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de arbeid
Zelfstandig naamwoord/'ɑrbɛɪt/enkelvoud
arbeidarbeiden
Werkwoord/'ɑrbɛɪdən; 'ɑrbɛɪdə/infinitief
arbeidentegenwoordige tijd
arbeidarbeidtarbeidenverleden tijd
arbeiddearbeiddentegenwoordig deelwoord
arbeidendarbeidende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.