NEDERLANDS
🇳🇱

    Arbeid

    B1commonZipf 3.4

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de arbeid

      Zelfstandig naamwoord/'ɑrbɛɪt/

      enkelvoud

      arbeid
    • arbeiden

      Werkwoord/'ɑrbɛɪdən; 'ɑrbɛɪdə/

      infinitief

      arbeiden

      tegenwoordige tijd

      arbeidarbeidtarbeiden

      verleden tijd

      arbeiddearbeidden

      tegenwoordig deelwoord

      arbeidendarbeidende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.