NEDERLANDS
🇳🇱

    Articuleren

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • articuleren

      Werkwoord/ɑrtiky'lerən; ɑrtiky'lerə/

      infinitief

      articuleren

      tegenwoordige tijd

      articuleerarticuleertarticuleren

      verleden tijd

      articuleerdearticuleerden

      tegenwoordig deelwoord

      articulerendarticulerende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren