NEDERLANDS
🇳🇱

    Assist

    uncommonZipf 2.5

    pass; assistent

    • de assist

      Zelfstandig naamwoord/ə'sɪst; ɑ'sɪst/

      pass

      enkelvoud

      assistassistje

      meervoud

      assistsassistjes
    • de assist

      Zelfstandig naamwoord/ɑ'sɪst/

      assistent

      enkelvoud

      assist

      meervoud

      assisten

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren