Audit
uncommonZipf 2.2
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de audit
Zelfstandig naamwoord/'ɔːdɪt/enkelvoud
auditmeervoud
auditsauditen
Werkwoord/'ɔːdɪtən; 'ɔːdɪtə//geauditte-of-geaudite-bedrijf
infinitief
auditentegenwoordige tijd
auditauditenverleden tijd
auditteaudittentegenwoordig deelwoord
auditendauditende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.