NEDERLANDS
🇳🇱

    Badderen

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • badderen

      Werkwoord/'bɑdərən; 'bɑdərə/

      infinitief

      badderen

      tegenwoordige tijd

      badderbaddertbadderen

      verleden tijd

      badderdebadderden

      tegenwoordig deelwoord

      badderendbadderende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren