NEDERLANDS
🇳🇱

    Banjeren

    uncommonZipf 2.3

    werkwoord

    • banjeren

      Werkwoord/'bɑɲərən; 'bɑɲərə/

      infinitief

      banjeren

      tegenwoordige tijd

      banjerbanjertbanjeren

      verleden tijd

      banjerdebanjerden

      tegenwoordig deelwoord

      banjerendbanjerende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren