NEDERLANDS
🇳🇱

    Banvloek

    uncommonZipf 2.1

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de banvloek

      Zelfstandig naamwoord/'bɑnvluk/

      enkelvoud

      banvloek

      meervoud

      banvloeken
    • banvloeken

      Werkwoord/'bɑnvlukən; 'bɑnvlukə/

      infinitief

      banvloeken

      tegenwoordige tijd

      banvloekbanvloektbanvloeken

      verleden tijd

      banvloektebanvloekten

      tegenwoordig deelwoord

      banvloekendbanvloekende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren