NEDERLANDS
🇳🇱

    Bast

    uncommonZipf 2.6

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de bast

      Zelfstandig naamwoord/'bɑst/

      enkelvoud

      bastbastje

      meervoud

      bastenbastjes
    • bassen

      Werkwoord/'bɑsən; 'bɑsə/

      infinitief

      bassen

      tegenwoordige tijd

      basbastbassen

      verleden tijd

      bastebasten

      tegenwoordig deelwoord

      bassendbassende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.