Bast
uncommonZipf 2.6
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de bast
Zelfstandig naamwoord/'bɑst/enkelvoud
bastbastjemeervoud
bastenbastjesbassen
Werkwoord/'bɑsən; 'bɑsə/infinitief
bassentegenwoordige tijd
basbastbassenverleden tijd
bastebastentegenwoordig deelwoord
bassendbassende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.