NEDERLANDS
🇳🇱

    Batik

    uncommonZipf 2.1

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de batik

      Zelfstandig naamwoord/'batɪk/

      enkelvoud

      batik

      meervoud

      batiks
    • batikken

      Werkwoord/'batɪkən; 'batɪkə/

      infinitief

      batikken

      tegenwoordige tijd

      batikbatiktbatikken

      verleden tijd

      batiktebatikten

      tegenwoordig deelwoord

      batikkendbatikkende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren