Batik
uncommonZipf 2.1
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de batik
Zelfstandig naamwoord/'batɪk/enkelvoud
batikmeervoud
batiksbatikken
Werkwoord/'batɪkən; 'batɪkə/infinitief
batikkentegenwoordige tijd
batikbatiktbatikkenverleden tijd
batiktebatiktentegenwoordig deelwoord
batikkendbatikkende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.