NEDERLANDS
🇳🇱

    Bazen

    commonZipf 3.9

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de baas

      Zelfstandig naamwoord/'bas/

      enkelvoud

      baasbaasje

      meervoud

      bazenbaasjes
    • bazen

      Werkwoord/'bazən; 'bazə/

      infinitief

      bazen

      tegenwoordige tijd

      baasbaastbazen

      verleden tijd

      baasdebaasden

      tegenwoordig deelwoord

      bazendbazende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren