NEDERLANDS
🇳🇱

    Beëdigen

    uncommonZipf 2.2

    werkwoord

    • beëdigen

      Werkwoord/bə'edəɣən; bə'edəɣə/

      infinitief

      beëdigen

      tegenwoordige tijd

      beëdigbeëdigtbeëdigen

      verleden tijd

      beëdigdebeëdigden

      tegenwoordig deelwoord

      beëdigendbeëdigende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren