NEDERLANDS
🇳🇱

    Beangstigde

    uncommonZipf 2.6

    werkwoord

    • beangstigen

      Werkwoord/bə'ɑŋstəɣən; bə'ɑŋstəɣə/

      infinitief

      beangstigen

      tegenwoordige tijd

      beangstigbeangstigtbeangstigen

      verleden tijd

      beangstigdebeangstigden

      tegenwoordig deelwoord

      beangstigendbeangstigende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.