NEDERLANDS
🇳🇱

    Beitelen

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord

    • beitelen

      Werkwoord/'bɛɪtələn; 'bɛɪtələ/

      infinitief

      beitelen

      tegenwoordige tijd

      beitelbeiteltbeitelen

      verleden tijd

      beiteldebeitelden

      tegenwoordig deelwoord

      beitelendbeitelende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren