NEDERLANDS
🇳🇱

    Bejubelen

    uncommonZipf 2.3

    werkwoord

    • bejubelen

      Werkwoord/bə'jybələn; bə'jybələ/

      infinitief

      bejubelen

      tegenwoordige tijd

      bejubelbejubeltbejubelen

      verleden tijd

      bejubeldebejubelden

      tegenwoordig deelwoord

      bejubelendbejubelende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren