Belerend
uncommonZipf 2.1
adjectief; werkwoord
belerend
Bijvoeglijk naamwoord/bə'lerənt/stellende trap
belerendbelerendebelerendsvergrotende trap
belerenderbelerenderebelerendersovertreffende trap
belerendstbelerendstebeleren
Werkwoord/bə'lerən; bə'lerə/infinitief
belerentegenwoordige tijd
beleerbeleertbelerenverleden tijd
beleerdebeleerdentegenwoordig deelwoord
belerendbelerende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.