NEDERLANDS
🇳🇱

    Bengel

    uncommonZipf 2.2

    knuppel; deugniet; sieraad; werkwoord

    • de bengel

      Zelfstandig naamwoord/'bɛŋəl/

      knuppel; deugniet

      enkelvoud

      bengelbengeltje

      meervoud

      bengelsbengeltjes
    • de bengel

      Zelfstandig naamwoord/'bɛŋəl/

      sieraad

      enkelvoud

      bengelbengeltje

      meervoud

      bengelsbengeltjes
    • bengelen

      Werkwoord/'bɛŋələn; 'bɛŋələ/

      infinitief

      bengelen

      tegenwoordige tijd

      bengelbengeltbengelen

      verleden tijd

      bengeldebengelden

      tegenwoordig deelwoord

      bengelendbengelende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren