NEDERLANDS
🇳🇱

    Bengelend

    uncommonZipf 1.8

    adjectief; werkwoord

    • bengelend

      Bijvoeglijk naamwoord/'bɛŋələnt/

      stellende trap

      bengelendbengelendebengelends
    • bengelen

      Werkwoord/'bɛŋələn; 'bɛŋələ/

      infinitief

      bengelen

      tegenwoordige tijd

      bengelbengeltbengelen

      verleden tijd

      bengeldebengelden

      tegenwoordig deelwoord

      bengelendbengelende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren