NEDERLANDS
🇳🇱

    Bengelt

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • bengelen

      Werkwoord/'bɛŋələn; 'bɛŋələ/

      infinitief

      bengelen

      tegenwoordige tijd

      bengelbengeltbengelen

      verleden tijd

      bengeldebengelden

      tegenwoordig deelwoord

      bengelendbengelende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren