NEDERLANDS
🇳🇱

    Benoemden

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • benoemen

      Werkwoord/bə'numən; bə'numə/

      infinitief

      benoemen

      tegenwoordige tijd

      benoembenoemtbenoemen

      verleden tijd

      benoemdebenoemden

      tegenwoordig deelwoord

      benoemendbenoemende
    • de benoemde

      Zelfstandig naamwoord/bə'numdə/

      enkelvoud

      benoemde

      meervoud

      benoemden

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren