NEDERLANDS
🇳🇱

    Bepleit

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord; adjectief

    • bepleiten

      Werkwoord/bə'plɛɪtən; bə'plɛɪtə/

      infinitief

      bepleiten

      tegenwoordige tijd

      bepleitbepleiten

      verleden tijd

      bepleittebepleitten

      tegenwoordig deelwoord

      bepleitendbepleitende
    • bepleit

      Bijvoeglijk naamwoord/bə'plɛɪt/

      stellende trap

      bepleitbepleitebepleits

      vergrotende trap

      bepleiterbepleiterebepleiters

      overtreffende trap

      bepleitstbepleitste

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren