NEDERLANDS
🇳🇱

    Bepraat

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • bepraten

      Werkwoord/bə'pratən; bə'pratə/

      infinitief

      bepraten

      tegenwoordige tijd

      bepraatbepraten

      verleden tijd

      bepraattebepraatten

      tegenwoordig deelwoord

      bepratendbepratende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren