NEDERLANDS
🇳🇱

    Bespringt

    uncommonZipf 2.6

    werkwoord

    • bespringen

      Werkwoord/bə'sprɪŋən; bə'sprɪŋə/

      infinitief

      bespringen

      tegenwoordige tijd

      bespringbespringtbespringen

      verleden tijd

      besprongbesprongen

      tegenwoordig deelwoord

      bespringendbespringende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.