NEDERLANDS
🇳🇱

    Betichten

    uncommonZipf 2.3

    werkwoord; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • betichten

      Werkwoord/bə'tɪxtən; bə'tɪxtə/

      infinitief

      betichten

      tegenwoordige tijd

      betichtbetichten

      verleden tijd

      betichttebetichtten

      tegenwoordig deelwoord

      betichtendbetichtende
    • de betichte

      Zelfstandig naamwoord/bə'tɪxtə/

      enkelvoud

      betichte

      meervoud

      betichten

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren