Betuttelen
B1uncommonZipf 2.6
werkwoord
betuttelen
Werkwoord/bə'tʏtələn; bə'tʏtələ/infinitief
betuttelentegenwoordige tijd
betuttelbetutteltbetuttelenverleden tijd
betutteldebetutteldentegenwoordig deelwoord
betuttelendbetuttelende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.