NEDERLANDS
🇳🇱

    Beun

    uncommonZipf 2.1

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de beun

      Zelfstandig naamwoord/'bøn/

      enkelvoud

      beun

      meervoud

      beunen
    • beunen

      Werkwoord/'bønən; 'bønə/

      infinitief

      beunen

      tegenwoordige tijd

      beunbeuntbeunen

      verleden tijd

      beundebeunden

      tegenwoordig deelwoord

      beunendbeunende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren