NEDERLANDS
🇳🇱

    Bijgeteld

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord

    • bijtellen

      Werkwoord/'bɛɪtɛlən; 'bɛɪtɛlə/

      infinitief

      bijtellen

      tegenwoordige tijd

      tel bijbijteltelt bijbijtelttellen bijbijtellen

      verleden tijd

      telde bijbijteldetelden bijbijtelden

      tegenwoordig deelwoord

      bijtellendbijtellende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren