NEDERLANDS
🇳🇱

    Bijmaken

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • bijmaken

      Werkwoord/'bɛɪmakən; 'bɛɪmakə/

      infinitief

      bijmaken

      tegenwoordige tijd

      maak bijbijmaakmaakt bijbijmaaktmaken bijbijmaken

      verleden tijd

      maakte bijbijmaaktemaakten bijbijmaakten

      tegenwoordig deelwoord

      bijmakendbijmakende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren