NEDERLANDS
🇳🇱

    Bijslapen

    uncommonZipf 2.1

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de bijslaap

      Zelfstandig naamwoord/'bɛɪslap/

      enkelvoud

      bijslaapbijslaapje

      meervoud

      bijslapenbijslaapjes
    • bijslapen

      Werkwoord/'bɛɪslapən; 'bɛɪslapə/

      infinitief

      bijslapen

      tegenwoordige tijd

      slaap bijbijslaapslaapt bijbijslaaptslapen bijbijslapen

      verleden tijd

      sliep bijbijsliepsliepen bijbijsliepen

      tegenwoordig deelwoord

      bijslapendbijslapende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren