NEDERLANDS
🇳🇱

    Bikkel

    uncommonZipf 2.6

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de bikkel

      Zelfstandig naamwoord/'bɪkəl/

      enkelvoud

      bikkelbikkeltje

      meervoud

      bikkelsbikkeltjes
    • bikkelen

      Werkwoord/'bɪkələn; 'bɪkələ/

      infinitief

      bikkelen

      tegenwoordige tijd

      bikkelbikkeltbikkelen

      verleden tijd

      bikkeldebikkelden

      tegenwoordig deelwoord

      bikkelendbikkelende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.