NEDERLANDS
🇳🇱

    Bingo

    top5000Zipf 4.0

    tussenwerpsel; zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • bingo

      Tussenwerpsel/'bɪŋɡo; 'bɪŋɣo/

      ~

      bingo
    • de/het bingo

      Zelfstandig naamwoord/'bɪŋɡo; 'bɪŋɣo/

      enkelvoud

      bingo

      meervoud

      bingo's
    • bingoën

      Werkwoord/'bɪŋɡowən; 'bɪŋɣowən; 'bɪŋɡowə; 'bɪŋɣowə/

      infinitief

      bingoën

      tegenwoordige tijd

      bingobingootbingoën

      verleden tijd

      bingodebingoden

      tegenwoordig deelwoord

      bingoëndbingoënde

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.