NEDERLANDS
🇳🇱

    Bis

    uncommonZipf 2.6

    bijwoord; tussenwerpsel; muzieknoot

    • bis

      Bijwoord/'bɪs/

      ~

      bis
    • bis

      Tussenwerpsel/'bɪs/

      ~

      bis
    • de bis

      Zelfstandig naamwoord/'bis/

      muzieknoot

      enkelvoud

      bis

      meervoud

      bissen
    • de bis

      Zelfstandig naamwoord/'bɪs/

      tweede exemplaar

      enkelvoud

      bis

      meervoud

      bissen
    • bissen

      Werkwoord/'bisən; 'bisə/

      infinitief

      bissen

      tegenwoordige tijd

      bisbistbissen

      verleden tijd

      bistebisten

      tegenwoordig deelwoord

      bissendbissende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren