NEDERLANDS
🇳🇱

    Blakend

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord; adjectief

    • blaken

      Werkwoord/'blakən; 'blakə/

      infinitief

      blaken

      tegenwoordige tijd

      blaakblaaktblaken

      verleden tijd

      blaakteblaakten

      tegenwoordig deelwoord

      blakendblakende
    • blakend

      Bijvoeglijk naamwoord/'blakənt/

      stellende trap

      blakendblakendeblakends

      vergrotende trap

      blakenderblakendereblakenders

      overtreffende trap

      blakendstblakendste

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren