NEDERLANDS
🇳🇱

    Blameren

    uncommonZipf 2.2

    werkwoord

    • blameren

      Werkwoord/bla'merən; bla'merə/

      infinitief

      blameren

      tegenwoordige tijd

      blameerblameertblameren

      verleden tijd

      blameerdeblameerden

      tegenwoordig deelwoord

      blamerendblamerende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren