NEDERLANDS
🇳🇱

    Blauwen

    uncommonZipf 2.4

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de blauwe

      Zelfstandig naamwoord/'blɔuwə/

      enkelvoud

      blauwe

      meervoud

      blauwen
    • het blauw

      Zelfstandig naamwoord/'blɔu/

      enkelvoud

      blauwblauwtje

      meervoud

      blauwenblauwtjes
    • blauwen

      Werkwoord/'blɔuwən; 'blɔuwə/

      infinitief

      blauwen

      tegenwoordige tijd

      blauwblauwtblauwen

      verleden tijd

      blauwdeblauwden

      tegenwoordig deelwoord

      blauwendblauwende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren