NEDERLANDS
🇳🇱

    Blesseerde

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • blesseren

      Werkwoord/blɛ'serən; blɛ'serə/

      infinitief

      blesseren

      tegenwoordige tijd

      blesseerblesseertblesseren

      verleden tijd

      blesseerdeblesseerden

      tegenwoordig deelwoord

      blesserendblesserende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren