NEDERLANDS
🇳🇱

    Blessuretijd

    uncommonZipf 2.1

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • de blessuretijd

      Zelfstandig naamwoord/blɛ'syrətɛɪt/

      enkelvoud

      blessuretijd

      meervoud

      blessuretijden

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren