Blinddoek
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de blinddoek
Zelfstandig naamwoord/'blɪnduk/enkelvoud
blinddoekblinddoekjemeervoud
blinddoekenblinddoekjesblinddoeken
Werkwoord/'blɪndukən; 'blɪndukə/infinitief
blinddoekentegenwoordige tijd
blinddoekblinddoektblinddoekenverleden tijd
blinddoekteblinddoektentegenwoordig deelwoord
blinddoekendblinddoekende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.