NEDERLANDS
🇳🇱

    Blink

    uncommonZipf 2.7

    werkwoord; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • blinken

      Werkwoord/'blɪŋkən; 'blɪŋkə/

      infinitief

      blinken

      tegenwoordige tijd

      blinkblinktblinken

      verleden tijd

      blonkblonken

      tegenwoordig deelwoord

      blinkendblinkende
    • de blink

      Zelfstandig naamwoord/'blɪŋk/

      enkelvoud

      blink

      meervoud

      blinken

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.