NEDERLANDS
🇳🇱

    Bloezen

    uncommonZipf 2.3

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de bloes

      Zelfstandig naamwoord/'blus/

      enkelvoud

      bloesbloesje

      meervoud

      bloezenbloesjes
    • bloezen

      Werkwoord/'bluzən; 'bluzə/

      infinitief

      bloezen

      tegenwoordige tijd

      bloesbloestbloezen

      verleden tijd

      bloesdebloesden

      tegenwoordig deelwoord

      bloezendbloezende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren