NEDERLANDS
🇳🇱

    Blonk

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • blinken

      Werkwoord/'blɪŋkən; 'blɪŋkə/

      infinitief

      blinken

      tegenwoordige tijd

      blinkblinktblinken

      verleden tijd

      blonkblonken

      tegenwoordig deelwoord

      blinkendblinkende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren