NEDERLANDS
🇳🇱

    Blubber

    uncommonZipf 2.8

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de blubber

      Zelfstandig naamwoord/'blʏbər/

      enkelvoud

      blubberblubbertje

      meervoud

      blubbertjes
    • blubberen

      Werkwoord/'blʏbərən; 'blʏbərə/

      infinitief

      blubberen

      tegenwoordige tijd

      blubberblubbertblubberen

      verleden tijd

      blubberdeblubberden

      tegenwoordig deelwoord

      blubberendblubberende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.